Nieuwsbrief september 2020

Elke leerling achter zijn scherm

In de aanloop van het nieuwe schooljaar verschenen in de pers artikels die het afstandsonderwijs bejubelen als vernieuwend en zaligmakend (bvb. ‘Katholiek onderwijs breekt lans voor afstandsonderwijs’ in DS van 18 augustus ll.), terwijl op het eind van vorig schooljaar de meningen toch eerder verdeeld waren en er ook genoeg stemmen waren die wezen op de tekortkomingen van het les volgen via de computer (bvb. ‘Onelinelessen zijn geen lessen’ in DM van 2 juli ll.). Met het Oog van de Meester willen we niet elke vernieuwing a priori veroordelen, maar sluiten we ons toch meer aan bij de kritische stemmen. We publiceerden daarover al een nieuwsbrief in mei, maar willen nu verder op de kwestie ingaan.

Meer en meer tijd brengen leerlingen voor een scherm door, om te gamen, om de social media te raadplegen, en nu ook om les te volgen. Ons treft het toenemend sociaal en communicatief onvermogen van onze leerlingen, dat in de hand wordt gewerkt door social media en het zo bejubelde afstandsonderwijs. De social media hebben er fijntjes voor gezorgd dat wij, en specifiek dan onze leerlingen, hoofdzakelijk enkel nog met gelijkgezinden communiceren, en ons danig ergeren aan tegenstemmen. Iets dergelijks schijnt nu door het op het individu afgestemde afstandsonderwijs veroorzaakt te worden. Daarom zijn we met het Oog van de Meester bevreesd dat leerlingen het in het komende schooljaar moeilijker en moeilijker zullen hebben in groep te functioneren en de school als leefomgeving te ervaren. De toon van ‘ieder voor zich’ is vorig jaar gezet, en het zal niet eenvoudig zijn het tij te keren.

Het is prachtig dat de toenemende artificiële intelligentie (AI) ons in staat stelt te communiceren en les te volgen via onze smartphone of laptop, maar het zou nog veel prachtiger zijn mocht onze humane intelligentie (HI) gelijke tred houden. We willen met het Oog van de Meester afstandsonderwijs en gebruik van social media niet aan elkaar gelijk stellen, maar stellen toch vast dat beiden een terugplooien op het eigen ‘ik’ veroorzaken.

Wanneer leerlingen aangeven dat ze graag van thuis uit les volgen, is dat vaak uit gemakzucht, en omdat ze het ‘storende element’ van hun medeleerlingen thuis niet ervaren. Het gebeurt vandaag zelfs dat verstandige leerlingen niet meer naar school wensen te gaan en ervoor kiezen, niet uit noodzaak maar uit vrije keuze, op eigen houtje te studeren en hun examens af te leggen voor de Centrale Examencommissie. Ook zij wensen niet meer aan het klasgebeuren deel te nemen. Maar wanneer een generatie niet meer met het ‘storende element’ van de klas / de samenleving wenst geconfronteerd te worden, dan ziet de toekomst er somber uit.

Social media hebben er de voorbije jaren al voor gezorgd dat elke nuance uit het maatschappelijk debat is verdwenen. De president van de VS is voor de enen de Messias, voor de anderen een gevaarlijke gek. Vluchtelingen zijn voor de enen heiligen die ons land komen verrijken met hun prachtige culturele gewoonten, voor de anderen bandieten die de criminaliteitscijfers hier komen opkrikken. De koloniale periode van Congo was voor de enen de gouden eeuw van dat land, voor de anderen de eeuw van verschrikking. Emotie viert hoogtij, en een gezonde intellectuele distantie wordt verketterd als een emotieloze ivoren toren-mentaliteit.

Afstandsonderwijs dreigt hetzelfde effect te hebben. Leerinhouden zullen inderdaad wel kant en klaar door de individuele leerling thuis geabsorbeerd worden, maar we kunnen ons moeilijk voorstellen dat klasdiscussies, interessante uitweidingen, genuanceerde stellingnames, onderlinge luisterbereidheid enz… evenveel via de computer zullen plaatsvinden als in de klas.

Het Oog van de Meester blijft dus overtuigd van de onvervangbaarheid van echte lessen, en vraagt kritisch te blijven tegenover de jubelkreten over afstandsonderwijs. Het vraagt zich ook af hoe men nu al met zoveel stelligheid kan verkondigen dat de leerwinst even groot is op afstand als via direct contact, wanneer de gevolgen van de sluiting van de scholen vorig schooljaar eigenlijk pas zichtbaar zullen zijn in de loop van en tegen het einde van het komende schooljaar.

Aan iedereen een goede start gewenst,

Kris De Boel, augustus 2020

“Livesessies zijn geen lesmethode” – Nieuwsbrief mei 2020

In coronatijden wordt meer dan ooit duidelijk hoe belangrijk en cruciaal de figuur van de leraar is. En
ook al zijn jongeren vandaag meer dan vertrouwd met communicatie via beeldschermen, in
videolessen ontbreekt de belangrijkste dimensie van vormend onderwijs. Die bezorgdheid verwoordde
lerares Josephine Dapaah in De Standaard van maandag 27 april als volgt: “Ik wil weer voor de klas
staan en mijn ding kunnen doen. Livesessies zijn geen lesmethode.”


Hoe gebrekkig en zielloos het huidige afstandsonderwijs ook moge verlopen, het is ongetwijfeld beter
dan helemaal niets. Via opgenomen lessen of Zoomsessies kunnen leraars hun leerlingen blijvend
stimuleren en een noodzakelijke vinger aan de pols houden. Volgens in technologie bedreven en
ervaren leraren verloopt het lesgebeuren zelfs een stuk efficiënter dan normaal: blokken van 50
minuten worden vervangen door kant-en-klare lesbrokken van hoogstens een half uur waarin de
meest noodzakelijke leerstof wordt verwerkt. Met uitzondering van enkele technische mankementen is
het in de digitale klas ook opvallend rustig. Leerlingen vervallen er niet in onderling geklets en
verplichten hun leraars amper tot tucht. En wie weet wordt er ook harder gewerkt, want de
passievelingen, onverschilligen, mentaal afwezigen en ongeïnteresseerden kunnen zich niet langer
wegstoppen achter hun actieve en aandachtige klasgenoten, maar worden er nu toe verplicht het heft
in eigen handen te nemen.


Dit neemt niet weg dat het afstandsonderwijs toch maar blijft wat het is en we het zeker niet mogen
overschatten. Onderwijs gebeurt in eerste instantie door het directe contact tussen opgroeiende
jongeren en inspirerende volwassenen, die vanuit studie en levenservaring en met passie hun kennis
en levenswijsheid overbrengen. Het heeft in essentie niets te maken met het afvinken van
leerplandoelen of steriel presenteren van leerstof. Onderwijs gaat over persoonlijkheid, charisma,
intuïtie, inspiratie, spontaneïteit en humor. Inspirerende leraren overstijgen de leerstof. Ze laten lessen
organisch evolueren, weiden uit en halen – wars van het voorgeschreven curriculum – elke dag het
beste uit hun leerlingen. Het mag er in de digitale les dan wel efficiënt aan toe gaan, van een echte
klasgeest is er geen sprake.

Goede leraars bestaan bij gratie van de aanwezigheid van hun leerlingen, maar het omgekeerde is
evenzeer waar. De centra voor leerlingbegeleiding (CLB’s) moesten in maart tot 40% meer gezinnen
bijstaan om ‘zorgwekkende thuissituaties’ het hoofd te bieden. Wat het aantal tussenkomsten in
‘verontrustende situaties’ betreft, rapporteerden ze een toename van 50% (De Standaard, 24 april
2020). Het sociale en emotionele isolement waarin leerlingen zich op dit moment bevinden, baart
zorgen. Een klas is immers ook een plek waar samen kan worden gelachen, waar je ondeugend kan
zijn, kritiek en emoties kan uiten.

De besten van de klas zullen het meest gebaat zijn bij afstandsonderwijs; de staart van de klas het
minst. De besten zijn het meest gemotiveerd en krijgen thuis de meeste ondersteuning; bij de
zwakkeren geldt het tegenovergestelde. Zij hebben de fysieke school en de fysieke leraar nodig, die
hen opvolgt en moed inspreekt. De kloof tussen de verschillende onderwijsvormen wordt verder
uitgediept, want waar abstracte stof zich nog vrij makkelijk leent tot een digitale aanpak, geldt dat veel
minder voor praktijklessen en ervaringsgerichte activiteiten in het technisch, beroeps- en
kunstonderwijs.


Hoe vernuftig alle technologie voor afstandsonderwijs ook moge zijn, de huidige situatie leert ons dat
goed onderwijs méér is dan de leerstof op een didactisch verantwoorde manier aanbrengen. Het gaat
over menselijke interactie en empathie, en die kunnen enkel ontstaan dankzij de warme, bezielende
aanwezigheid van de leraar.

Joren Somers