Humaniora

Uit ‘Het gouden kind’ van Oscar van den Bogaard (DS 17 maart) blijkt een groot verlangen naar beschaving, cultuur en opvoeding. Ook ik erger me soms aan het gedrag van jongeren in de bus of op de trein. Dan denk je: zou ten minste de school niet het laatste baken van wellevendheid kunnen zijn? Maar ook zij blijkt niet gevrijwaard van maatschappelijk verval. Je merkt dat aan bepaalde sleutelbegrippen: zo spreekt men nu meer over de ‘leerkracht’ dan over de ‘leraar’. Een leraar wil kinderen iets belangrijks leren en hen groter maken als mens, een leer-kracht wordt ingezet als er een gat is in een structuur, zoals een arbeidskracht of uitzendkracht. Over de taalgrens spreekt men niet meer over élève (wat op zich reeds een heel programma inhoudt), maar over apprenant.
Het houdt allemaal verband met de teloorgang van de humaniora-idee. Humaniora – ‘meer mens worden’ – betekende groei binnen duidelijke grenzen (naast een jong boompje plaats je een stok, anders groeit het mee met de wind). Het was tegelijk een appel aan de persoon in het kind (‘de ziel’) teneinde de kindsheid te verlaten. Vandaar: op-voeden, e-ducare, é-lever. Op het eind van de middelbare school had je als resultaat een jonge mens die zowel mentaal en emotioneel als sociaal op beide voeten in de wereld stond en die mondig was, in dubbele zin: hij kon zich correct uitdrukken en hij kon zelfstandig denken.
De laatste jaren begonnen veel opvoeders zich ongemakkelijk te voelen ze als grenzen stelden: met welk recht kun je een kind zomaar beknotten ? Hoe langer hoe meer namen ze niet meer de persoon in het kind als uitgangspunt, maar het kind op zich: een niet-bezoedeld wezen, ongerept en spontaan, pure goedheid. ‘Het kind centraal stellen’ noemen ze dat. Als het kind weent, doe het lachen. Als het de leerstof niet aankan, maak die dan minder moeilijk. Opvoeding wordt zo een kwestie van impulsief reageren, geen visie meer nodig.
Het gezag van het kind
Terwijl vroeger de leraar een groot gezag had (hij belichaamde de humaniora-idee), is nu het kind daarmee bekleed. Op klassenraden spreekt men veel meer dan vroeger over het welbevinden van het kind, zijn thuissituatie, zijn relatie met de leraar, zijn psychologische en emotionele problemen, dan over zijn vorderingen. Zorgprocedures moeten het kind helpen slagen. De bedoeling is ongetwijfeld goed, maar men vergeet vaak de verantwoordelijkheid van het kind zelf. Je kan een kind ook stimuleren om in zichzelf kracht en motivatie te vinden om op autonome wijze tot goede resultaten te komen.
Ik pleit voor een terugkeer naar de humaniora-idee: geloven in de mogelijkheid van het kind om te groeien als mens. Dit gaat onvermijdelijk samen met eisen stellen. Als je een kind ter wille bent in al zijn grillen, kan het niet zich bewust worden van zichzelf, zijn innerlijke vrijheid veroveren en een eigen identiteit opbouwen. Kinderen worden gek en depressief omdat er geen bakens meer zijn. Normen en grenzen beperken het leven van het kind niet, maar leiden het binnen in de wereld van de beschaving.
Robert Van Puyvelde
Leraar klassieke talen
In DS van 21 maart 2015