Waarom de vaste benoeming nodig is

Wie de zin van de vaste benoeming in het onderwijs in twijfel trekt (DS 2 april) , verliest het belang ervan uit het oog.
Met mijn meer dan 23 jaar ervaring in het secundair onderwijs denk ik dat de vaste benoeming eerder een zegen is dan een vloek. Er wordt altijd gesproken van mensen die van het systeem misbruik maken en niet meer presteren omdat ze zich door de benoeming beschermd weten, maar eerlijk gezegd, dergelijke collega’s ken ik niet, of nauwelijks.
De vaste benoeming biedt in mijn ogen aan de leraar de kans zich kritisch op te stellen ten opzichte van overijverige onderwijshervormers, al te veeleisende ouders, directies die klassenraden beïnvloeden, enzovoort. Het is een waarborg voor de kwaliteit van het onderwijs. Misschien is deze visie eenzijdig, maar ik wil een tegenstem laten horen tegen al die stemmen die menen dat het onderwijs, en al wie daarin meedraait, zich per se mee moet voegen naar één of ander ‘systeem’.
Toen ik begon les te geven werden wij leraars of leraressen genoemd, nu leerkrachten. De verglijding van de terminologie is veelzeggend: leraars of leraressen zijn personen met een ruggengraat die het goed voorhebben met hun leerlingen en zich niet zomaar vanalles door ‘anderen’ laten opleggen. Leerkrachten zijn geslachtsloze, identiteitsloze, vervangbare en gemakkelijk af te stellen machines. Het zijn wezens die bang zijn voor beroepscommissies die wel eens beslissingen van een klassenraad zouden kunnen aanvechten, voor verzekeringsmaatschappijen die je op een schoolreis wel eens op een nalatigheid zouden kunnen betrappen – zodat je ervoor kiest je vakanties helemaal niet meer aan dergelijke risicovolle schoolreizen op te offeren -, voor doorlichtingen die wel eens kritiek zouden kunnen hebben op jouw interpretatie van de leerplannen. Het zijn onderdanige wezens, slaven van machten die boven hen staan.
Leraars en leraressen zijn een tegendeel van dit alles. Ze hebben een persoonlijkheid en zijn trots op het werk dat ze doen, met vallen en opstaan, namelijk leerlingen iets aanleren. Ze kunnen dit werk maar in eer en geweten doen als iets hen beschermt tegen willekeur en waan van de dag, als ze één of ander ius resistendi in handen hebben, en dat iets is de vaste benoeming. Ik hoop dat ook jonge collega’s dit begrijpen en het kind – de vaste benoeming – niet met het badwater – de overregulering van het onderwijs – zullen weggooien. Want daarmee zouden ze hun vrijheid weggooien en zichzelf tot slaven maken van ‘het systeem’.
Kris De Boel
Leraar klassieke talen en geschiedenis
Sint-Bavohumaniora, Gent
In DS van 3 april 2014

Recent verschenen rond het achterliggende gedachtengoed bij de term ‘leraar’ enerzijds en ‘leerkracht’ anderzijds:

15 03 21 Van Puyvelde R – Humaniora (in De Standaard)

15 04 29 Van Looveren F – Marktdenken (in Tertio)