Nieuwsbrief juni 2019

Talenonderwijs in crisis? – Verslag studieavond

Op donderdag 25 april 2019 organiseerde de vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie van de Universiteit Gent een studieavond voor leraars moderne talen in het secundair onderwijs over de crisis in het talenonderwijs. Aanleiding was de alarmerende berichtgeving omtrent het talenonderwijs in Vlaanderen: de achteruitgang van de talenkennis en het niveau begrijpend lezen, de saaiheid van het schoolvak Nederlands en de terugloop van het aantal letterenstudenten.

Joren Somers en Paul De Loore, beiden kernleden van het Oog van de Meester, hielden elk vanuit een andere invalshoek een warm pleidooi voor een vakinhoudelijke herwaardering van het schoolvak Nederlands.

Joren Somers pleitte voor een herwaardering van de taalkunde als zelfstandige vakcomponent tegenover de geïntegreerde en tot taalreflectie gereduceerde aanpak die vandaag de leerplannen beheerst. Taalkunde biedt immers een unieke inkijk in de menselijke natuur en uit onderzoek blijkt dat het motiverend werkt. Voorts kan taalkundige kennis ons wapenen tegen demagogie en vormen van taalmisbruik.

Paul De Loore brak een lans voor de literatuur als kern van het talenonderwijs. Kennismaking met het beste wat er in onze taal (en in andere) is geschreven is essentieel om jonge mensen in hun volle persoonlijkheid te vormen en te cultiveren.  Door intensieve omgang met goede literatuur leren ze de mens, de samenleving en de wereld kennen, breiden ze hun ervaring en hun leefwereld uit, leren ze zich inleven in de ander, worden ze getraind in kritisch en genuanceerd denken en leren ze beter lezen, schrijven, luisteren en spreken. Gepassioneerde leraren die interessante teksten tot leven wekken, kunnen het talenonderwijs, het vak Nederlands en de talenrichtingen op academisch niveau weer aantrekkelijk maken door de literatuur weer centraal te stellen.

Onder de titel Voorbij het geklaag. Taalonderwijs als verzetsdaad trachtte Jordi Casteleyn, professor didactiek Nederlands aan de Universiteit Antwerpen, de doemdenkerij over het Vlaamse talenonderwijs te nuanceren. Hij ziet drie domeinen waarop het beleid zich dient te focussen om de heersende crisis het hoofd te bieden: het onderwijssysteem, de lerarenopleiding en meertalige leerlingen. Voor het schrijfonderwijs, waarover het onderzoek al het verst gevorderd is, stelde hij de volgende basisregels: geef directe instructie (~ vakdidactiek), integreer schrijven en lezen (~ vakkennis), geef feedback (~ pedagogie). Wat de meertalige leerlingen betreft, gaf hij drie aanbevelingen: leg de lat hoog voor woordenschat via expliciete, weldoordachte en rijke instructie, zet in een eerste fase sterk in op de mondelinge taalvaardigheid en zorg voor een evenwichtige leesinstructie, waarin het leren decoderen hand in hand gaat met het leren begrijpen en het aanwakkeren van leesplezier.

Professor Robert Dekeyser van de Universiteit van Maryland, wereldautoriteit op het gebied van tweedetaalverwerving, vertelde in zijn Skypelezing dat internationaal onderzoek onomstotelijk aantoont dat expliciet vreemdetalenonderwijs beter werkt dan louter impliciete instructie, zelfs voor studenten in het buitenland en kinderen. Hij beklemtoonde wel dat de aanpak ook afhangt van de context waarin een vreemde taal wordt aangeleerd en de noden van de leerlingen (leeftijd, beschikbare tijd, beoogde niveau, cognitief vermogen …).

Kevin De Coninck, senior adviseur van de Nederlandse Taalunie, ten slotte, hield een pleidooi ter verdediging van de status van het Nederlands in de wereld. Hij beklemtoonde dat de crisis in het talenonderwijs in een ruimer kader dient te worden gezien: als we het probleem structureel willen aanpakken, moeten we ook naar de diepere oorzaken durven te kijken. Vlaanderen kent immers te weinig status toe aan het Nederlands en, met uitzondering van het Engels, aan andere vreemde talen.