Nieuwsbrief november-december 2018

Nuccio Ordine, Het nut van het nutteloze.

Over het belang van een brede culturele vorming

 

Op 1 juni 2018 gaf de Vlaamse regering haar goedkeuring aan het decreet voor de modernisering van het secundair onderwijs die van start moet gaan op 1 september 2019. Sindsdien draaien de leerplancommissies van de nieuwe leerplannen eerste graad op volle toeren.

In de hoop dat de nieuwe leerplannen en eindtermen vanuit een niet al te functionalistisch wereldbeeld tot stand mogen komen, willen we speciaal ter attentie van de leerplanmakers een boek van Nuccio Ordine onder de aandacht brengen.

Deze briljante hoogleraar Italiaanse Literatuur van de universiteit van Calabrië is aan een indrukwekkend aantal hoogwaardige internationale instituten verbonden, zoals Harvard en Yale, de Alexander von Humboldt Stiftung, New York University, de Ecole Normale Supérieure van Parijs, het Max Planck Institut en het Warburg Institute. Zijn boeken zijn over de hele wereld in vertaling verschenen.

Het boek waar het hier over gaat, ‘Het nut van het nutteloze’, werd een enorme bestseller in tal van Europese landen.

In dit manifest laat Ordine een stoet van auteurs voorbijtrekken die de hele geschiedenis door gewezen hebben op het belang van het onbaatzuchtig verwerven van kennis, ‘zonder enig verband met een praktische en commerciële toepassing’.

In de inleiding legt hij uit wat hem hiertoe bewogen heeft: het nietsontziende  rendementsdenken tast maatschappelijk steeds verder om zich heen en ‘verstikt langzaam maar zeker het historisch geheugen, de geesteswetenschappen, de klassieke talen, het historisch perspectief, het onderwijs, het vrije onderzoek, de verbeeldingskracht, de kunsten, het kritische denken en elk maatschappelijk vergezicht, terwijl deze zaken juist alle menselijk handelen zouden dienen te inspireren en verheffen naar een hoger plan.’

Dit rendementsdenken stuurt in het onderwijs steeds sterker aan op één op één resultaten zonder de omweg van de algemeen vormende ‘Bildung’.

Hoe ver dit rendementsdenken op een sluipende manier ons hele denken en spreken is gaan domineren, kreeg een opmerkelijke illustratie in de terminologie waarmee psycholoog Wouter Duyck sprak over hoogbegaafde leerlingen in De Standaard van 6 november: ‘Onderzoek heeft aangetoond dat een extra IQ-punt bij de toppers op school een land 410 euro bruto nationaal product extra oplevert per inwoner.’ Puur kwantitatieve economische weging als voornaamste reden om extra zorg aan hoogbegaafdheid te besteden. Alsof de ontplooiing van de totale mens op zich van bijkomstig belang is…

Het onschatbare belang van een brede culturele vorming verduidelijkt Ordine met een metafoor, wanneer hij de Amerikaanse schrijver David Foster Wallace citeert in een toespraak die hij op 21 mei 2005 hield voor een groep afgestudeerden. In een verhaaltje illustreert deze de rol en de functie van cultuur: ‘Twee jonge vissen zijn aan het zwemmen en op een goed moment komt hen een oudere vis tegemoet die hen groet met de woorden:’Dag jongens, hoe is het water?’ De twee jonge vissen zwemmen door, kijken elkaar aan en zeggen: ‘Wat is in godsnaam water?’

Net als deze twee jonge vissen, aldus Ordine, geven ook wij ons geen rekenschap van de leefwereld waarin we ons hele bestaan doorbrengen. We beseffen veel te weinig dat de literatuur en de humaniora, de cultuur en het onderwijs het vruchtwater zijn waarin onze denkbeelden over democratie, over vrijheid, over rechtvaardigheid, over gelijkheid, over tolerantie, over vrijheid van meningsuiting, ja over het algemeen welzijn, kunnen groeien en bloeien.

Ook hiervoor leverde De Standaard een pijnlijke illustratie met de column van Benno Barnard. Barnard reageerde op de recensie in DS over de uitvoering van ‘Et exspecto resurrectionem mortuorum’ van Olivier Messiaen door I Solisti op 27 oktober in De Singel, een werk dat de doden van beide wereldoorlogen gedenkt. Bij de uitvoering werden de titels van de vijf delen geprojecteerd, bijbelverzen zoals ‘Uit de diepten roep ik tot U, o Heer’, Psalm 130. Ook als Messiaen een geharde republikeinse godloochenaar was geweest, aldus Barnard, zou het niemand verbazen dat een muziekstuk gewijd aan zestig miljoen doden vergezeld gaat van citaten uit de Bijbel. Die bibliotheek bevat onze oudste collectieve noties over het menselijk leven en sterven, waarvan de belangrijkste luidt dat het leven de dood overwint.

Maar, zo stond in de recensie te lezen, ‘hun dogmatische religieuze boodschap drong niet meteen door (…) later werd de bedenkelijke ideologie van Messiaens muziek plots voelbaar’. Barnard: ‘Ook menig atheïst (Messiaen was katholiek) met smaak en gevoel en kennis van de Europese beschaving zal opkijken bij de bewering dat enkele van de ontroerendste woorden uit onze traditie, tekstflarden die het leven boven de dood verheffen, uitingen van een soort kwaadaardig fundamentalisme zouden zijn’.

Dat een dergelijke recensie kan geschreven worden, toont dat ook recensenten steeds meer een brede culturele achtergrond missen om kunstwerken juist in te schatten en blijkbaar gespeend zijn van de wetenschappelijke correctheid om gebrek aan kennis te compenseren met grondig opzoekwerk.

Het werk van Nuccio Ordine is een waar genot om van kaft tot kaft te lezen, als een heerlijke wandeling doorheen de literatuurgeschiedenis, en niet in het minst omdat het als een overvloeiende grabbelton – zoals hij het zelf noemt –  voelbaar maakt hoe voedend en inspirerend een diepgaande omgang met literatuurgeschiedenis kan zijn voor jonge mensen.

In deel III ‘Bezit doodt menselijke waardigheid, liefde, waarheid’ beschrijft Ordine hoe onze hang naar bezit, de motor voor het rendementsdenken, nefast is voor de drie essentiële waarden voor het menselijk geluk.

Zo worden geschiedenissen als ‘de ridder van de gouden bokaal’ uit Orlando Furioso en ‘de misplaatst nieuwsgierige’ uit Don Quichot ontroerende bespiegelingen over de broosheid van de liefde. Ze nodigen  uit om af te zien van de idee van absolute waarheid, om de medemens te vertrouwen en het besef te aanvaarden dat elke verovering altijd tijdelijk is, onzeker blijft en bloot staat aan verlies.

Zo is ook Boccaccio’s beroemde vertelling van de drie ringen – bij de netelige vraag over de juiste godsdienst – een aansporing tot wederzijds respect, tot verdraagzaamheid en tot beschaafd samenleven.

Of hoe literatuur levenslange lering is voor het leven.

Rosine Van Oost.