Nieuwsbrief januari 2020

Leesvaardigheid & eindtermen Nederlands

Ze lezen niet meer!’

Een vaak gehoorde klacht van ouders en leraren, en bevestigd door alarmerende resultaten van het PISA-onderzoek. Kinderen spelen liever computerspelletjes of zitten op sociale media i.p.v. saaie boeken te lezen. De Vlaamse leerlingen geven amper blijk van leesplezier: de helft van de Vlaamse vijftienjarigen bestempelt lezen zelfs als tijdverlies.’ De Standaard, 03/12/’19

‘Het onderzoek geeft aan dat scholen in Vlaanderen duidelijk minder tijd besteden aan taal en lezen dan in de andere landen. In de Vlaamse scholen is de instructietijd in de loop van de jaren gedaald.  Zowel leerlingen als ouders geven aan dat ze weinig positief staan tegenover lezen, 31% heeft zelfs een eerder negatieve houding tegenover lezen. Opmerkelijk is dat Vlaamse ouders aangeven dat ze weinig voorlezen aan hun kinderen. Leerlingen die iedere dag lezen, scoren merkelijk beter dan leerlingen die nauwelijks of nooit lezen.’ Peilingsproef Nederlands in 2018, Persbericht kabinet Vlaams minister van Onderwijs, 5 december 2017 – onderwijsvlaanderen.be

Hoe kunnen we de ontlezing tegengaan?

Minister Weyts wil een team experten aanstellen dat nog maar eens zal onderzoeken wat er schort en dat maatregelen moet voorstellen om de neerwaartse trend terug om te buigen. Hij wil ook dezelfde proef voor alle scholen om te ‘meten of we erin slagen om leerwinst te boeken. Het zal zeker tien jaar duren voor we effecten van die aanpak zien.’ De Standaard, 03/12/’19

Om na tien jaar te constateren dat het leesniveau nog verder gedaald is?

Op 1 september 2019 werden officieel de nieuwe eindtermen ingevoerd voor de eerste graad van het secundair onderwijs. Zijn de nieuwe eindtermen op het gebied van leesvaardigheid ambitieus genoeg om het tij te keren?

Op de website van de Vlaamse Overheid staat te lezen dat “communicatie het belangrijkste doel is van taalonderwijs”. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat negen van de dertien nieuwe basisdoelen expliciet geformuleerd worden in termen van productieve en receptieve vaardigheden. Van de overige basisdoelen wordt er één gewijd aan grammatica, twee aan cultureel bewustzijn (waarvan één attitudinaal van aard) en één aan literatuur. Voor de uitbreidingsdoelen is het beeld niet anders: het gros betreft er wederom communicatieve vaardigheden.

De nieuwe eindtermen Nederlands voor de eerste graad verschillen hiermee amper van de vorige generatie en lijken bovendien weinig goeds te voorspellen voor de tweede en de derde graad, die in 2021 respectievelijk 2023 met nieuwe eindtermen zullen gaan werken. Opnieuw lijkt vakinhoud enkel waardevol geacht te worden als ze door een communicatieve trechter kan gehaald worden. Nochtans viel te hopen dat de geesten intussen gerijpt waren, temeer omdat het laatste PISA-onderzoek jammerlijk aantoonde dat zelfs een expliciet communicatieve aanpak geen garantie vormt voor beter ontwikkelde vaardigheden. In zijn column in HP/De Tijd van 5 december 2019 maakte Ilja Leonard Pfeijffer een gelijkaardige analyse. Hij koppelt de intussen veelvuldig bediscussieerde tanende leesvaardigheid aan een gebrek aan kennis en algemene ontwikkeling. Immers, zo betoogt Pfeijffer: “Zonder kennis kun je geen boek lezen en zonder een boek te lezen kun je geen kennis opdoen. En als je niet snapt waar het over gaat, wordt lezen nooit leuk.” Leesvaardigheid en leesplezier vormen inderdaad twee kanten van dezelfde medaille. In het licht van diezelfde leesvaardigheid blijft het overigens onbegrijpelijk waarom literatuur binnen het moedertaalonderwijs maar niet de plaats wordt toebedeeld die ze verdient. 

Nochtans is het door de lectuur van fictionele teksten dat jongeren het best leren lezen. Verhalen voeden niet alleen hun fantasie, maar zijn ook spannend, grappig, ontroerend, leren hen de mens en de wereld kennen, verrijken hun woordenschat, taal- en stijlgevoel, zijn gelaagder en genuanceerder dan de andere louter utilitaire tekstsoorten. Literatuur ‘stimuleert kritische reflectie over tijdloze maatschappelijke en morele vraagstukken en faciliteert interculturele dialoog’. (Koen De Temmerman, De Standaard, 16/08/’19). Bovendien vergt een roman lezen meer inspanning, concentratie en leestijd dan een reclameboodschap of instructie.

In plaats van literatuur te reduceren tot enkele schamele eindtermen zou de overheid haar beter als deel van de oplossing gaan zien eerder dan als een obstakel.

Alles staat en valt met leraren en ouders die zelf lezen.

Hoe wil je kinderen aanzetten tot lezen als je als leraar/ouder zelf nauwelijks leest?

Docenten in de lerarenopleiding getuigen dat hun studenten Nederlands (!) met tegenzin boeken lezen. Een van de eerste vragen die ze stellen bij inschrijving is: ‘Hoeveel boeken moeten we dit jaar lezen?’

Leraren die zelf niet lezen, ze worden eerder regel dan uitzondering. Ouders die geen tijd hebben om samen met hun kinderen te lezen, voor te lezen of zelf te lezen, minder uren leestijd op school, hoeft het nog te verwonderen dat de leesvaardigheid van kinderen en tieners in Vlaanderen achteruitboert?

Is het niet gewoon de verantwoordelijkheid van elke ouder, elke onderwijzer, elke leerkracht Nederlands om er iets aan te doen?

Ouders door voor te lezen en dat te blijven doen, ook als het kind al kan lezen.

Leraren door veel voor te lezen in de klas en vele uren leestijd in de klas te voorzien. De school (de leraar) is het des te meer aan zichzelf verplicht de leerlingen te stimuleren tot lezen naarmate de ouders die taak niet op zich nemen. 

Wil je echt kunnen lezen, dan moet je er eerst vele leeskilometers op zitten hebben. Daar ontbreekt in de huidige leerplannen de tijd voor. Het aantal leesuren is de laatste jaren drastisch verminderd, met de bekende gevolgen.

De Franse schrijver Daniel Pennac hield in 1992 in zijn essay ‘Comme un roman.’ (‘In een adem uit. Het geheim van het lezen’) een vurig pleidooi voor het lezen van romans. Hij herinnert aan het natuurlijk proces van ademloos luisteren naar verhalen dat ieder kind doet en hoe die fascinatie bij veel kinderen verdwijnt eens ze zelfstandig kunnen lezen en niet langer voorgelezen worden.

Als de middelbare school dan nog eens met het dogma ‘lezen moet’ en analyse-drang alle leesplezier vergalt, verdwijnt elke zin in lezen. Boeken dienen niet om geanalyseerd te worden, maar om gelezen, genoten te worden. Nochtans is lezen leuk. Lezen-uit-behoefte is een geschenk dat de fantasie vleugels geeft.

Pennac beschrijft hoe hij als leraar in een beroepsschool erin slaagde al zijn leerlingen aan het lezen te krijgen door de eerste les te beginnen voorlezen uit Patrick Süskinds ‘Het Parfum’. De volgende les vroegen zijn leerlingen hem om verder voor te lezen en uiteindelijk gingen ze zelf het boek ontlenen in de bibliotheek en lazen ze het helemaal uit. Ook in ons taalgebied brak lerares en schrijfster Ruth Lasters een lans voor literatuur in het beroepsonderwijs.

Wat we dus in eerste instantie in de klas nodig hebben zijn gedreven vertellers, die zelf fervente lezers zijn en die door veel voor te lezen en verhalen te vertellen hun leerlingen kunnen besmetten met de leesmicrobe.

                                                                                                                              Joren Somers – Paul De Loore

Nieuwsbrief september 2019

Open brief aan de toekomstige minister van onderwijs

Geachte toekomstige onderwijsminister
Er dreigt een schrijnend tekort aan leraren. U wil daar als kersvers minister van Onderwijs
iets aan doen.
Wij zijn van mening dat veel jonge mensen afhaken of er niet meer aan beginnen, niet
omdat het werk hen afschrikt of omdat de job hen niet interesseert, niet uit gebrek aan
motivatie en enthousiasme, maar omdat ze verstrikt geraken door de dwang tot
samenwerking en eenvormigheid, door de niet aflatende stroom aan pedagogische
hervormingen, door de juridisering en de daarmee gepaard gaande bureaucratisering en
administratieve planlast. Dat is u bekend.
Velen worden bovendien in de klaspraktijk geconfronteerd met tanende erkenning van en
respect voor het gezag van de leraar.
De leraren die het overleven en er voluit blijven voor gaan, zijn zij die hun autonomie weten
te behouden en die de verplichtingen en regels relativeren en zich concentreren op wat
essentieel is in onderwijs: persoonlijk contact met leerlingen en vakkennis op een gedreven
manier overbrengen.
Waarom vandaag nog kiezen voor een loopbaan in het onderwijs? Onderwijs is volgens ons
een zeer zinvolle job, die ontzettend veel persoonlijke voldoening geeft.
Mogen wij u enkele suggesties aan de hand doen?

  1. Je vormt de volgende generatie. Je bouwt samen met hen aan de toekomst.
  2. Jonge mensen zien groeien en ontwikkelen en daar een actieve rol in spelen geeft
    voldoening.
  3. Je blijft jong, flexibel en scherp van geest door dagelijkse omgang met jongeren.
  4. Je krijgt waardering, erkenning en respect als autoriteit in je vak.
  5. Je kan je persoonlijke interesses ontwikkelen, beleven en doorgeven. Lesgeven is
    levenslang leren.
  6. Je geeft kennis en cultuur door aan de volgende generatie.
  7. Je vervult als mentor een voorbeeldfunctie, de beste vorm van opvoeding.
  8. Je kan je werk zelf organiseren en samenwerken met collega’s die dezelfde interesses
    delen.
  9. Je beschikt over een grote autonomie, de beste remedie tegen burn-out.
  10. Je krijgt een fatsoenlijk loon voor een vaste job met werkzekerheid. Je hoeft niet te
    concurreren met anderen om hogerop te geraken.
    Wij hopen dat u dit voorop blijft stellen in uw beleid.
    Vriendelijke groeten

Het Oog van de Meester www.oogvandemeester.be onafhankelijke denkgroep van leraren,
die zich bekommeren om de kwaliteit en de toekomst van ons onderwijs.