Nieuwsbrief 3 – februari 2016

Op de koffie bij de inspectie

Op vrijdag 15 januari ll. was er een overleg van het Oog van de Meester met dhr. Inspecteur-Generaal Lieven Viaene, die heel welwillend en met oprechte belangstelling geluisterd heeft naar de verzuchtingen die we vanuit onze werkgroep meebrachten. Dhr. Viaene wees erop dat de verschillende pijnpunten die in de voorbije jaren door leraren werden geuit reeds worden aangepakt en dat men de constructieve dialoog die met leraren op gang is gebracht ook in de nabije toekomst en bij de komende hervormingen zal blijven voortzetten.
Wel benadrukte hij dat onze voornaamste verzuchting over de bescherming van de rijkdom van de vakinhouden en het risico van de loskoppeling van inhouden en vaardigheden een materie is die niet tot de bevoegdheid van de inspectie behoort, maar waarvoor we beter de Onderwijscommissie, Lerarendirect en Levuur (een participatie-expert voor organisaties, bedrijven, openbare besturen…) zouden benaderen.
Hij nodigde ons ook uit om deel te nemen aan ROK (Referentiekader Onderwijskwaliteit), dat als democratisch orgaan alle mogelijkheden biedt aan leraren om hun stem te laten horen. Dat ROK zit nu in een tweede fase en moet uiteindelijk leiden tot een inspectie nieuwe stijl, Inspectie 2.0 genaamd, die vanaf september 2017 van start zou moeten gaan. We zijn benieuwd!

Eindtermen

Minstens even belangrijk, en de laatste dagen hot item, is het debat over de herformulering van de eindtermen van het secundair onderwijs. Die eindtermen zijn te talrijk of te verwarrend en de bedoeling is dat eraan gesleuteld wordt (zie ook de opvattingen van de pedagogen Kelchtermans , Simons in DS 3-2-16). Een lovenswaardig initiatief ook van onze minister, dat we al in onze nieuwsbrief van september aankondigden: “Minister Crevits beklemtoont het belang van de leraar en lijkt zich bewust te zijn van het gevaar van een verstikkende bureaucratisering. Ze pleit vanuit deze bekommernis voor een grotere autonomie van de leraar en een beperking van het aantal eindtermen. Daarmee zijn we het uiteraard roerend eens, zoals blijkt uit onze visie en missie.”

Wat kunnen we hier doen? Als vereniging zullen we natuurlijk onze stem laten horen in het debat dat de minister op gang bracht (zie www.onsonderwijs.be). Concreet gaat het om het beantwoorden, via de website, van de volgende vragen:
Wat moet elke jongere op school leren om deel te nemen aan de maatschappij van morgen?
Wat moet elke jongere op school leren om zich persoonlijk te ontwikkelen?
Wat moet elke jongere op school leren om later aan het werk te kunnen?
Wat moet elke jongere op school meekrijgen om levenslang verder te kunnen leren?

Ook als individu kan je je registreren en op deze vragen een antwoord formuleren. Op basis van de antwoorden die op de site worden ingezameld, organiseert het departement vijf gespreksavonden (één per provincie, data: zie de zogenaamde Nachten van het Onderwijs) met maximaal 150 deelnemers. Dus er vroeg bij zijn is de boodschap, denken wij.

Media

Je kan er niet naast kijken – iedereen lijkt wel mee zijn zegje te willen doen over de toekomst van het onderwijs, in casu het secundair onderwijs. Enkele ouders kwamen in de media met een aantal aanbevelingen waarbij collega Johan De Donder in een repliek in De Standaard enkele stevige kanttekeningen plaatste (zie www.oogvandemeester.be In de media). Het debat spitst zich vooral toe op de spanning tussen de utilitaristische invulling van het onderwijs (gericht op de economische en maatschappelijk-sociale noden) en de ruimere, algemeen cultureel-humane vorming, al hoeven beide doelstellingen mekaar niet uit te sluiten.

Dit is de inzet van de actuele wereldwijde discussie: de kritische geluiden tegen een eng competentiedenken dat de ruime vorming en kennis in het onderwijs bedreigt (Nussbaum, Furedi, maar ook Pedro De Bruyckere e.a.) worden meer en meer aangezwengeld. Symbolisch in dat opzicht is de controverse over het taalonderwijs. Zo wees Mia Doornaert (DS 2-02-16; er zijn in dat opzicht heel wat medestanders) op het belang van de standaardtaal als we het Nederlands als cultuurtaal willen handhaven, versus Steven Delarue, die taal herleidt tot communicatieve vaardigheid (DS 3-02-16). Het is ironisch hoe beiden zich daarbij beroepen op dezelfde waarde van de democratie. Het is echter niet zo moeilijk dit probleem uit te klaren. Dat kan niet in het kader van deze Nieuwsbrief. Daarom vragen we uw mening en ervaringen mee te delen. Laat ons denken voorbij de versleten en inhoudelijk onduidelijke en onvruchtbare tegenstelling elitair – egalitair, progressief – conservatief, die ons fundamenteel voorbijgestreefd lijkt.

Stuur deze nieuwsbrief en de link door naar alle geïnteresseerden.

Het Oog van de Meester
Februari 2016