Nieuwsbrief november 2019


De broodnodige verhoging van de leerprestaties dwingt tot een minder morsig omgaan met ‘tijd’.

In zijn artikel van 7-8 september 2019 in De Standaard, ‘Nieuw schooljaar, fout debat’ hamerde
prof. Wouter Duyck er opnieuw op dat ‘de leerprestaties de kern zijn van de (onderwijs)zaak’.
Hij blijkt alsnog een roepende in de woestijn, al staaft hij zijn stelling met onthutsende cijfers:
negen maanden langer vooraleer een vijftienjarige hetzelfde niveau van wiskunde haalt als
twaalf jaar eerder, bijna de helft minder toppers, ook voor lezen, wetenschappen, economie en
informatieverwerking veel slechtere resultaten dan vroeger, in het lager onderwijs zes maanden
langer vooraleer een tienjarige evengoed kan lezen als tien jaar geleden, 53 procent (!) van de
leerlingen in het zesde jaar lager onderwijs haalt de eindtermen wiskunde niet, voor Frans haalt
44 procent die minima niet, tegenover negen jaar eerder 7 procent…
Toch lijkt dat nauwelijks te alarmeren.


‘Kindertijd is schermtijd geworden’.


In het onderwijsnummer van De Groene Amsterdammer (9 mei 2019) troffen me een paar
andere artikels: ‘Weg achter het scherm’, over de benadering van de Waldorf school in Silicon
Valley, voorafgegaan door ‘Het smarthone-complex’, over de verontrustende effecten van de
smartphone op de Generatie Z (jongens en meisjes geboren tussen 1995 en 2012). Ook hierin
staan onthutsende cijfers: gemiddeld brengen kinderen in Amerika tot negen uur per dag door
achter een scherm, cijfers in Duitsland spreken van zeven tot acht uur per dag, een trend niet
alleen in de huiskamer maar ook in het onderwijs. ‘Kindertijd is schermtijd geworden’, aldus de
kinderpsycholoog Richard Freed.
In geen van beide artikels wordt gepleit om de smartphone radicaal te weren uit het
schoolleven, maar heel wat wetenschappers en leraren, tot en met de World Health
Organisation, uiten wel hun diepe bezorgdheid over de kwalijke effecten ervan: toename van tal
van lichamelijke klachten zoals bijziendheid, rug-, nek- en duimklachten, stress en slapeloosheid,
verontrustende toename van psychische klachten zoals depressies, eetstoornissen, suïcidale
neigingen ten gevolge van de ‘meedogenloze positiviteit’ en het buitensporige pesten op sociale
media, voortdurende traceerbaarheid en ‘achtervolging’ door bezorgde ouders en groeiend
onvermogen om zich los te maken en te leren alleen te zijn.
Is hiermee niet een belangrijk deel van de ‘zorgnoden’ in ons huidig onderwijs benoemd?
De auteurs van ‘Screen Schooled: Two Veteran Teachers Expose How Technology Overuse Is
making Our Kids Dumber’, twee geëngageerde leraren, signaleren een daling van de
concentratie, gevolgd door een gebrek aan kritisch vermogen en aan fundamentele kennis van
de materie. Freed wijst vooral op de nefaste invloed van de entertainmenttechnologie zoals
computerspelletjes en sociale media, gestoeld op de persuasive technology lab van B.J. Fogg op
Stanford University, waar alles draait om beïnvloeding van de diepste verlangens van
gebruikers, verankerd in het DNA. ‘Spelletjes zoals Fortnite, aldus Freed, zijn ontworpen om
kinderen het gevoel van succes en instant bevrediging te geven. Dat veroorzaakt tragische
teleurstelling in het echte leven’. Marketingformules houden de mythe in stand als zouden
kinderen tot fantastische dingen in staat zijn als ze voor een scherm zitten, maar de waarheid is
anders: volgens de Amerikaanse mediawaakhond Common Sense Media wordt 97% besteed aan
entertainmenttechnologie en sociale media.
Toch gaat de sluipende indoctrinatie verder zijn gang, zoals recentelijk bleek toen in het VRT-
journaal van 16 oktober 2019 games kritiekloos werden opgehemeld als hét middel in de
geschiedenisles om leerlingen kennis bij te brengen.
Wordt het niet de hoogste tijd om deze tijdsinvulling in vraag te stellen? Eerst en vooral in het
onderwijs? Geeft het onderwijs door steeds meer opdrachten via computer en internet te laten
uitvoeren, niet al te zeer een vrijgeleide om ook de andere schermtijd goed te praten?

Effecten op het taalonderwijs.
Het gebruik van de computer werd bovendien door vernieuwers binnen het taalonderwijs
handig gebruikt om oude beproefde didactische methodes taboe te verklaren binnen het
onderwijsdiscours. Alles is immers op te zoeken, studie om inhouden effectief te verwerven is
niet meer nodig. Uit het hoofd leren, volgehouden oefening, een zekere mate van dril worden
steevast weggezet als totaal verouderde methodieken.
Toch heeft dat in mijn eigen beroepspraktijk (Latijn) veel vruchten afgeworpen. Let wel: Latijn is
géén vak voor bollebozen, ieder kind met een goed gemiddeld verstand kan dit aan. Mits
volgehouden studie. En daar wringt tegenwoordig het schoentje voor tal van vakken. Een paar
voorbeelden.
Sinds enkele jaren is de basiswoordenschat van Latijn teruggebracht tot de helft, van ongeveer
1500 woorden tot 750. Gevolg: naast een stevige afname van de geheugentraining kennen
leerlingen nu ook heel courante woorden niet meer (zoals o.a. de naamwoorden color, lingua,
manus, luna, mors, vinum, adversus, nudus, timidus, ultimus…). Bij het lezen van teksten
betekent dit dat veel meer woorden telkens moeten worden aangebracht en dat het leestempo
aanzienlijk vertraagt. Als men evenwel streeft naar leesplezier – toch belangrijk naar
welbevinden en motivatie !- veronderstelt dit een zekere vaart, snelheid bij het lezen. De
ingewonnen tijd geeft ook meer ruimte voor culturele achtergrond en verdieping.
Eenzelfde euvel doet zich voor bij de basisspraakkunst. Lange tijd bood de Latijnse spraakkunst
een stevig houvast als bedding waarin ook de meeste taalfenomenen van de moderne talen terug
te vinden waren. Sinds het Nederlands spraakkunstonderricht een eigen koers is gaan varen
worden veel taalfenomenen pas veel later of slechts impliciet aangeleerd. Vb: zo zijn het lijdend
voorwerp en passief verschoven naar de derde graad, en is een goed begrip van onderschikking
en de daarmee samenhangende voegwoorden steeds minder evident. Hierdoor dreigt nu ook in
het Latijn het spraakkunstonderricht noodgedwongen afgekalfd te worden tot een minimaal
raamwerk. Met alle gevolgen vandien voor een diepgaand taalkundig inzicht.
Wordt het niet de hoogste tijd om de nieuwlichters en experimenteerders binnen de
onderwijsdidactiek naar huis te sturen en opnieuw de leraren zelf aan het woord te laten? Is er
al niet genoeg tijd verloren gegaan aan steeds nieuwe probeersels, nieuwe handboeken?
Besparingen in het onderwijs kunnen misschien ook eens binnen die kringen worden gezocht.
Rosine Van Oost,
Oog van de Meester
Ref.

  • iGeneration: digitale versus tastbare realiteit: het smartphone-complex, door Arthur
    Eaton, De Groene Amsterdammer, jaargang 143, nr. 19-20, pp.82-85
  • Kritisch denken op Waldorf School: Weg achter het scherm, door Laila Frank, De Groene
    Amsterdammer, jaargang 143, nr. 19-20, pp. 86-90

Nieuwsflits april 2019

De Vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie van de Universiteit Gent,

de MULTIPLES-LL-onderzoeksgroep, uitgeverij Garant en Tijdschrift Over Taal

nodigen u graag uit op de studieavond

Het talenonderwijs in crisis?

Praktisch

De studieavond is gratis. Inschrijven is absoluut noodzakelijk.  Het aantal inschrijvingen is beperkt! De deelnemers krijgen een aanwezigheidsattest.

Locatie: auditorium A108 – A-gebouw (eerste verdieping)- Campus Mercator – Abdisstraat 1 – 9000 Gent

(zie: http://www.vtc.ugent.be/bereikbaarheid ).

Organisatie en verdere info: filip.devos@ugent.be.

Deze studieavond wordt georganiseerd door de Vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie van de Universiteit Gent, de onderzoeksgroep MULTIPLES-LL– Research Centre for Multilingual Practices and Language Learning in Society, in samenwerking met uitgeverij Garant en het Tijdschrift Over Taal.

Programma


– 19.00-19.05u: Verwelkoming (Filip Devos)

– 19.05-19.15u: Inleiding (Veronique Hoste)

– 19.15-19.45u: Het schoolvak Nederlands: pleidooi voor een vakinhoudelijke herwaardering (Joren Somers en Paul De Loore)

Luik Taalkunde (Joren Somers)

De leerplannen Nederlands van het VVKSO maken zich sterk uit te gaan van een zogenaamde ‘brede taalbeschouwing’. Taalkundeonderwijs hoort immers niet ‘op zich’ te staan, maar streeft idealiter de integratie na met de taalvaardigheidscomponent. Nochtans lijkt dat gebrek aan inhoudelijke ambitie mede aan de basis te liggen van de kwalijke reputatie van het schoolvak Nederlands, dat niet zelden als saai, zinloos en afstompend wordt gepercipieerd. Door leerlingen expliciet te confronteren met onderwerpen als taalverandering, psycholinguïstiek of dialectologie creëren leraars een gevoeligheid voor taal als cultuuruiting en bieden ze een inkijk in het vernuft van de menselijke geest.

Luik Letterkunde (Paul De Loore)

De eenzijdige focus op communicatieve vaardigheden heeft de voorbije decennia in het talenonderwijs de literatuur gemarginaliseerd en doen verschrompelen tot een van de vele ‘tekstsoorten’. Ze is er zowaar zelf tot vaardigheid verworden en wordt conform het gebruikelijke jargon omschreven als ‘literaire competentie’. Willen we het talenonderwijs weer interessant en aantrekkelijk maken, weer ‘inhoud’ en ‘ziel’ geven, dan kan dat enkel door de literatuur weer centraal te stellen. Het is de plicht van de taalleraar om het beste, het interessantste en zinvolste dat de taal heeft voortgebracht voor jonge mensen te ontsluiten, tot leven te wekken en door te geven. Een kerntaak van het onderwijs als cultuur-en kennisoverdracht. Dat kan enkel vanuit persoonlijk engagement en passie.

– 19.45-20.15u: Voorbij het geklaag. Taalonderwijs als verzetsdaad (Jordi Casteleyn)

Taal is nog nooit zo populair geweest. De overheid moet bijvoorbeeld campagnes lanceren om studenten naar STEM-richtingen te lokken, niet om jongeren te overtuigen om communicatie te studeren. Maar de eerste keuze van die jongeren is niet meer de opleiding Nederlands aan de universiteit. Daarnaast ontdekken we echter dat het gemiddelde taalvaardigheidsniveau in Vlaanderen geleidelijk aan afneemt, dat goede leerkrachten Nederlands dus enorm welkom zijn, maar dat deze lesgevers steeds minder vaak te vinden zijn. De oplossing voor al deze problemen is complex, moeizaam en duur. Kortom, deze oplossing is heel onaantrekkelijk, maar wel noodzakelijk om de volgende generatie alle kansen te bieden.

20.15-20.45u: De centrale vraag in het vreemdetalenonderwijs en een genuanceerd antwoord (Robert De Keyser)

De vraag over hoeveel grammatica onderwezen moet worden in de vreemdetalenklas en hoe, is eeuwen oud, maar blijft actueel. Niet alleen door veranderingen in terminologie, maar ook en vooral door veranderingen in wie talen leert voor welke doeleinden in welke context. Het is dan ook niet te verwonderen dat het wetenschappelijk onderzoek op dit punt omvangrijk, gevarieerd, en niet altijd gemakkelijk samen te vatten is. Ook in België is onlangs het debat op dit punt weer opgeflakkerd. Ik zal in dit korte betoog (via skype) een overzicht geven van wat we stilaan geleerd hebben en wat we NIET weten en waarom. Dit is hoogst belangrijk om te verstaan waarom alle radicale uitspraken op dit punt onverantwoord en onverantwoordelijk zijn.

– 20.45-21.15u: Wie is er bang van het Nederlands en meerdere vreemde talen? (Kevin R. De Coninck)

Ons talenonderwijs lijkt in crisis. Studentenaantallen nemen af en opleidingen worden stopgezet. Dat moeten we erg vinden omdat we een goede kennis van het Nederlands en meerdere vreemde talen nodig hebben voor onszelf en onze Vlaamse samenleving, cultureel, sociaal én economisch. Het is dus belangrijk dat we er iets aan doen. We kunnen het probleem aan de oppervlakte aanpakken door ons talenonderwijs weer aantrekkelijker te maken, maar als we het probleem structureel willen aanpakken, moeten we ook naar de diepere oorzaken durven te kijken. En dan moeten we vaststellen dat we andere talen te weinig status toekennen binnen onze eigen Vlaamse samenleving en dat we het Nederlands te weinig status toekennen in de wereld. Hieraan moeten we met z’n allen iets durven te veranderen, want we zijn toch niet bang van het Nederlands en de vele andere talen die in Vlaanderen gesproken worden?

– 21.15-21.30u: vragen en discussie

– 21.30u: Receptie

Over de sprekers

Prof. dr. Filip Devos is hoofddocent Nederlands aan de Vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie van de Universiteit Gent en hoofdredacteur van Tijdschrift Over Taal (zie:  https://tijdschriftovertaal.wordpress.com/).

Prof. dr. Veronique Hoste is voorzitter van de Vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie van de Universiteit Gent (zie: http://www.vtc.ugent.be/).

Joren Somers  studeerde Engelse, Duitse en Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit Gent. Sinds 2014 werkt hij als leraar Nederlands en Engels aan het Sint-Lievenscollege in Gent, waar hij lesgeeft in de tweede en de derde graad. Hij is kernlid van Het Oog van de Meester, onafhankelijke denkgroep voor onderwijskwaliteit (zie www.oogvandemeester.be).

Paul De Loore is sinds 1979 leraar Nederlands, Engels en esthetica aan het Sint-Janscollege in Sint-Amandsberg. Hij publiceerde in 2013 een artikel over literatuuronderwijs in Vlaanderen in Ons Erfdeel: ‘Moet er nog kaas zijn?’. Hij is kernlid van Het Oog van de Meester, onafhankelijke denkgroep voor onderwijskwaliteit (zie www.oogvandemeester.be).

Prof. dr. Jordi Casteleyn is verantwoordelijk voor de opleidingsonderdelen Didactiek Nederlands, Didactiek Nederlands aan anderstaligen, en Talenbeleid bij de Antwerp School of Education (Universiteit Antwerpen). Hij doet onderzoek naar het verbeteren van lees- en spreekvaardigheid bij adolescenten. Daarnaast is hij betrokken bij leerplancommissies Nederlands en organisaties zoals Vlaams fonds voor de letteren en Nederlandse Taalunie.

Prof. dr. Robert M. De Keyser is licentiaat Romaanse Filologie (KULeuven, 1979) en Doctor of Philosophy in Education (Stanford University, 1986). Sinds 2005 is hij Professor of Second Language Acquisition aan de University of Maryland (USA). Hij is een wereldautoriteit op het gebied van tweedetaalverwerving.

Dr. Kevin R. De Coninck is doctor in de Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Gent, voormalig kabinetsmedewerker van Freya Van den Bossche en Fatma Pehlivan (sp.a) en senior adviseur bij de Nederlandse Taalunie. Hij heeft zich gespecialiseerd in taalbeleid en schrijft hierover uit eigen naam opiniestukken voor het Vermeylenfonds.

Nieuwsbrief mei 2018

Verontrustende berichten in de krant naar aanleiding van wetenschappelijk onderzoek naar de kennis van het Nederlands bij onze leerlingen. Vertwijfeling bij de collega’s leraren Nederlands over de leerplannen: ‘Dat mogen we ook al niet meer vragen!’ ‘Dat kunnen ze ook al niet meer!’ Onbegrip bij de andere collega’s, bij ouders, bij werkgevers: waar gaat het met het onderwijs Nederlands naar toe in Vlaanderen?

UCSIA wil zich niet beperken tot de vaak ontmoedigende vaststellingen, maar wil antwoorden bieden:

UCSIA

2016/12/14 – Moet er vrijheid zijn in onderwijs?

14/12/2016 – MOET ER VRIJHEID ZIJN IN ONDERWIJS?

De vraag ‘Moet er vrijheid zijn in onderwijs?’ is een actuele en uitdagende kwestie. Ze nodigt uit tot een symposium – een geanimeerde discussie of een ernstig gesprek over een urgente vraag die ons allen aanbelangt. Dit symposium vindt plaats op 14 december 2016, van 9:00 tot 16:30u. in STUK in Leuven. Daar en dan delibereer je samen met anderen, gewoon met aandacht en interesse voor onderwijs, vrij van belangen.

PRAKTISCH:

 

 

2016/04/18 – 2016/04/26: Nacht van het Onderwijs

Wie wil deelnemen aan de Nacht van het onderwijs kan zich registreren via de website: http://onsonderwijs.be.

De 5 nachten gaan door op
Maandag 18 april, provincie West-Vlaanderen, campus Vives, Torhout
Dinsdag, 19 april, Virginie Lovelinggebouw, VAC Gent
Vrijdag 22 april, UCLL, campus Hertogstraat
Maandag, 25 april, Hendrik van Veldekegebouw, VAC Hasselt
Dinsdag 26 april, campus Groenplaats, Karel de Grote-Hogeschool, Antwerpen

09/12/2015: Onderwijs op de canapé

ONDERWIJS OP DE CANAPE

Met Lieven Boeve, Chris Smit, Imran Uddin, Machteld Verhelst, Lieven Viaene

Grijp uw kans en stel hen uw vragen
Unieke gelegenheid tot rechtstreeks contact
Losse babbel met en over onderwijsbeleid

Woensdag 9 december 2015
Canapé • Kortrijksesteenweg 64 • Sint-Martens-Latem onthaal vanaf 13u30 • aanvang 14u • einde voorzien 16u30 • ruime parking
Gratis aanmelden via gent.cdenv.be/canape

Lieven Boeve: Directeur-generaal Katholiek Onderwijs Vlaanderen
“Vanuit onze identiteit kwaliteitsvol onderwijs aanbieden in een veranderende maatschappij.”

Chris Smits: Secretaris-generaal Katholiek Onderwijs Vlaanderen
“De loopbaan van de leraar: een evenwichtsoefening van werkgevers en werknemers.”

Imran Uddin: Directeur Onderwijs en Studentenbeleid Arteveldehogeschool
“Bruggen bouwen tussen secundair en hoger onderwijs.”

Machteld Verhelst: Pedagogisch directeur Katholiek Onderwijs Vlaanderen
“Leraren ondersteunen tot op de klasvloer, met minder regels maar met meer professionaliteit.”

Lieven Viaene: Inspecteur-generaal Onderwijsinspectie
“Inspectie als vrijheidsbeknottende of eerder inspirerende en stimulerende partner?”

06/01/2016: Onderwijs voor de 21ste eeuw

ONDERWIJS VOOR DE 21ste eeuw

Woensdag 06/01/2016 van 17 – 19 uur

Met Kris Van Den Branden
KU Leuven – Kulak
Etienne Sabbelaan 53, 850 Kortrijk
https://www.eekhoutcentrum.be/nascholingen/detail/I16-254

De wereld verandert razendsnel. Moet ons onderwijs dan ook niet veranderen? Leren onze kinderen op school nog wel de cruciale dingen die ze nodig hebben in de maatschappij van de 21ste eeuw? Ons onderwijs is voortreffelijk, maar het werkt niet even goed voor alle leerlingen. Hoe kan ons onderwijs ervoor zorgen dat alle leerlingen zich volwaardig ontwikkelen en zich goed voelen op school? Wat is de rol van de leerkracht? En wat is de rol van ouders? En moeten we nu massaal computers en tablets in onze klassen invoeren?

Dit boek biedt een antwoord op de grote vragen over het onderwijs van de 21ste eeuw. Geschreven in een heldere taal, opgefrist met concrete ideeën uit de onderwijspraktijk en overgoten met een stevige dosis optimisme. Want ons onderwijs is uitstekend maar het kan nog beter. Beter aangepast aan de moderne tijden, beter voor leerlingen en hun ouders, beter voor leerkrachten.

Onderwijs voor de 21ste eeuw is een must voor iedereen die geeft om de kwaliteit van ons onderwijs. Iedereen dus.

KRIS VAN DEN BRANDEN is lerarenopleider en docent aan de KU Leuven en ouder van drie schoolgaande dochters. Hij was jarenlang woordvoerder van het Steunpunt Gelijke Onderwijskansen. Hij is gepassioneerd door alles wat met onderwijs te maken heeft en heeft een torenhoog respect voor leerkrachten. Hij ziet onderwijs als een krachtige hefboom voor een beter leven en een betere wereld.

 

Alle vermelde persartikels kan je raadplegen via Gopress

Alle gepubliceerde artikels kan je raadplegen via Gopress

HOE KRIJG IK GRATIS TOEGANG TOT HET GOPRESS KRANTENARCHIEF

WAT IS GOPRESS?

Gopress screent artikels en berichten van alle Belgische Nederlandstalige en Franstalige kranten, magazines en persagentschappen. Gopress biedt toegang tot een groot arsenaal nieuwsbronnen. Vandaag zijn er meer dan 33 miljoen artikels en nieuwsberichten in het archief en dagelijks worden daar gemiddeld zo’n 8.000 nieuwe aan toegevoegd.

HOE RAADPLEEG IK GOPRESS?

Je kan Gopress gratis raadplegen via

  1. School
    Gopress vervangt het vroegere Mediargus.
    Scholen kunnen Gopress scholentoegang verkrijgen via de lokale bib. Leerlingen en leerkrachten krijgen dan binnen de muren van de school toegang tot het Gopress Krantenarchief. De toegang is dezelfde als die voor bezoekers binnen de muren van de bibliotheek (maar krantenartikelen zijn pas met een vertraging van 2 dagen beschikbaar). De meeste scholen bieden Gopress aan.
  2. Bibliotheek
    Op het netwerk van de bibliotheek heb je altijd toegang tot alle artikels in het krantenarchief.
    Zoek een artikel en klik gewoon door om het te lezen.
  3. Thuis
    Om thuis artikels te kunnen lezen
    – moet je de eerste keer een ticketcode ophalen bij je bibliotheek
    – ga naar de website van je lokale bibliotheek en klik op “digitale krantenarchief”
    – hier kan je het volledige archief doorzoeken, om het artikel te raadplegen klik je door op het artikel, dan wordt gevraagd om je aan te melden in Mijn Bibliotheek.
    – met de ticketcode kan je nu een Mijn bibliotheek-profiel registreren

Heb je al een Mijn bibliotheek-profiel gemaakt, dan kan je de volgende keer gewoon aanmelden met je e-mailadres en paswoord. Een ticketcode is een jaar geldig, daarna kan je een nieuwe afhalen in je bibliotheek.